Online tools voor creatief ontwerpen

November 16, 2011

De skype staat open. Daarin las ik een vraag om naar Wallwisher te gaan en mezelf met een fotootje erbij voor te stellen. Naomi den Besten en Simon Koolwijk faciliteren dit webinar. Leuke start! We kennen elkaar allemaal wel, maar mooi om te zien dat je Wallwisher op deze manier ook kunt gebruiken. Dit webinar gaat over social media tools die je kunt inzetten bij creatieve processen. Ben benieuwd. Ik blog mee tijdens dit webinar….

Naomi introduceert de gedachte van design thinking, een methode die je kunt gebruiken bij ontwerpen en probleemoplossen, bestaande uit 5 stappen: (1) huidige situatie analyseren, (2) brainstorm over mogelijke aanpakken, (3) cluster de ideeën, (4) maak een aantal prototypes voor een idee, en (5) leg prototypes voor en voer uit. De fasen van convergeren en divergeren komen hierin duidelijk naar voren.

Een paar tools die Naomi gebruikt bij dit ontwerpproces:

  • Voor een visuele brainstorm kun je gebruik maken van Pinterest (een online prikbord, moodboard). Hiermee kun je (gezamenlijk) een fotocollage maken, met bij elke foto een korte typering. En de mogelijkheid om op elkaars foto’s te reageren. Een alternatieve tool hiervoor is Imgspark.
  • Er bestaan ook geschikte social media tools voor een online brainstorm. In dit webinar oefenen we kort met Wallwisher en met Spiderscribe. Beiden werken heel gemakkelijk: je gaat er heen en als gebruiker kun je notities op een ‘vel, muur’ wall’ plakken met je ideeën erop. Je kunt deze ideeën clusteren, orderen, door ze te verplaatsen, een andere kleur te geven, ze te verbinden met lijnen (in Spiderscribe). Wallwisher is gemakkelijk in gebruik omdat je geen account nodig hebt om ermee te werken. Deelnemers hoeven dus niet in te loggen.

Dan het maken van prototypes. Hoe kun je dat online vormgeven? Dat hangt natuurlijk af van de vorm waarin je een prototype maakt: wil je dit visualiseren, uitwerken in geschreven tekst (een verhaal), in de vorm van een mindmap. Naomi liet ons een voorbeeld zien van het gebruik van prezi, waarbij je sinds kort ook gebruik kunt maken van prezi-meeting; een manier om tegelijkertijd samen aan een prezi te werken. Gebruik je vooral geschreven tekst, dan kun je denken aan google.doc of een wiki.

En voor het delen van de uitgewerkte prototypes online kun je tools gebruiken die je in staat stellen om je beeldscherm met anderen te delen. Hier kun je niet samen in werken, maar je kunt wel iets op je scherm duidelijk laten zien. Mogelijke tools zijn Teamviewer of Join Me. Wil je de mening van anderen horen over een uitgewerkt idee, dan kun je dit ook doen middels een online vragenlijst. Tools hiervoor zijn bijvoorbeeld SurveyMonkey of Google forms.

Mooi kader om vanuit te werken! Simon neemt ons vervolgens mee in een oefening: een online stellingenspel. We gebruiken hierbij Spiderscribe. Met eens en oneens is een niet zichtbare lijn gemaakt op het scherm.

We plaatsen allemaal onze naam op het scherm en kiezen een positie op de lijn nadat we een stelling hebben gekregen. In welke mate ben je het eens of oneens met de stelling en waarom? De kracht van deze werkvorm zit in de conversatie die je hebt naar aanleiding van gekozen posities. Deze conversatie voeren we via skype. Wat online mogelijk maakt is dat je de argumenten die men aandraagt bijhoudt. Je creëert een helder overzicht van deelnemers en verzamelde opbrengst. Je kunt zelfs het veranderen van positie weergeven, doordat deelnemers hun naam kunnen ‘verslepen’.

Vervolgens hebben we met Spiderscribe een paar brainstormen gedaan. Werkte best goed. Elke deelnemer (we waren met 6) kreeg een stukje van het scherm toebedeeld om daarin te brainstormen. Vervolgens zijn we gaan clusteren: ideeën kregen per cluster een kleur en een naam. Hoe werkt dit anders dan een brainstorm in een f2f bijeenkomst? Tijdens het brainstormen kun je ideeën van anderen al lezen en deze als opstapje gebruiken (doorassocieren). Je bent eigenlijk niet bezig met de vraag van wie een idee afkomstig is. Je kunt er onbevooroordeeld naar kijken. Naast tekst kun je ook gebruik maken van afbeeldingen. En het geeft alle deelnemers een goed overzicht van de opbrengst. Tenminste, als je met de ideeën op het beeldscherm kunt blijven. Daar komt bij dat spiderscribe een laagdrempelige en makkelijke tools is om te gebruiken. We hadden trouwens een boeiend onderwerp voor deze brainstorm: hoe kunnen we mensen in organisaties verleiden om meer online te leren? Over de opbrengst van onze brainstorm hierover later meer!


Wat je allemaal met sociale media kunt als trainer of facilitator…

May 15, 2011

We komen steeds meer trainers en facilitators tegen die tot nu toe vooral face-to-face werken en nu wel meer gebruik willen gaan maken van van sociale media om ook online uit te wisselen, vanuit de gedachte dat het een waardevolle aanvullende ondersteuning kan zijn voor de kwaliteit van het leerproces. Er zijn verschillende manieren waarop je sociale media in kunt zetten. Een model dat 3 verschillende manieren onderscheidt en daarmee richting geeft aan de vraag hoe je sociale media kunt gebruiken in e-learningtrajecten is ontwikkeld door Jane Hart:



Dit model zou je ook kunnen gebruiken om na te denken over de rol van sociale media in face-to-face leertrajecten.

(1) Wrap-around model: sociale aspecten van leren worden toegevoegd als extra element om trainer- en peer support te organiseren. Een voorbeeld is gebruik van Yammer of Twitter zodat deelnemers ook tussen f2f bijeenkomsten door contact kunnen hebben en uit kunnen wisselen over praktijkervaringen en vraagstukken gerelateerd aan de inhoud van het leertraject.

(2) Integrated model: sociale aspecten van leren zijn geïntegreerd met de inhoud. De primaire focus van het leertraject blijft de inhoud, maar sociale media zijn een integraal onderdeel van de cursus. Zo kun je gebruik maken van een online community omgeving (e.g. Ning of een LinkedIn groep) waarmee je het leertraject online begint, tussen bijeenkomsten door gebruikt om aan specifieke opdrachten te werken en na de laatste f2f bijeenkomst kan het dienen als basis voor online coaching.

(3) Collaboration model: sociaal leren en samenwerken vormen de basis van het leertraject. De inhoud wordt gemaakt in co-creatie met de deelnemers. Bij dit model maak je wellicht gebruik van een combinatie van sociale media die elkaar in het gebruik goed aanvullen: deelnemers vormen een Yammer-netwerk voor onderling contact, gebruiken Scrumble om online te brainstormen, werken met google.docs of een wiki om inhoudelijke ideeen verder uit te werken en gebruiken een unieke hashtag in Delicious om een collectief internetgeheugen met elkaar op te bouwen. Dit lijkt meer op een leernetwerk. De inhoud komt vanuit de groep.

Zoals je ziet nemen sociale media van wrap-around naar collaboration model een steeds centralere rol in. Jane Hart waarschuwt bij het eerste model dat je dit met zorgvuldigheid moet gebruiken. Je moet een goede reden hebben om social learning toe te voegen, anders is het heel moeilijk om een ‘wrap around model’ werkbaar te maken. De kracht van het tweede model zit in een goede integratie van online en f2f leren. Zo pleiten wij ervoor om al bij het ontwerp van een leertraject beide vormen van leren mee te nemen en even sterk te ontwerpen, in te richten en te plannen. Zodanig dat online en f2f leren elkaar versterken. Zoek naar de juiste verbinding tussen online en face-to-face leren om de kracht van verschillende media te benutten. In het derde model vormen sociale media de basis van het leertraject en wordt deelname

Belangrijk om je te realiseren is ook dat de inzet van sociale media uitgaat van een ander perspectief op leren, gericht op co-creatie en openheid en hiermee makkelijk(-er?) aansluit bij een sociaal-constructivistische visie op leren waarbij uitgegaan wordt van zelfsturing door deelnemers en het belang van interactie en conversaties tussen deelnemers. Sociale media stimuleren netwerken, uitwisselen van ideeën en ervaringen, samenwerken en sluiten daarom goed aan bij deze visie. Dit maakt ook dat je rol als trainer anders is bij wrap-around en integrated model dan bij het community model. Bij dit derde model ben je eerder een ‘tutor as an equal member of the learning group’, je helpt bij het creeëren van een krachtige leeromgeving. Dit neemt niet weg dat je sociale media ook bij trajecten ontworpen vanuit een andere leervisie in kunt zetten. Een andere indeling die sterk lijkt deze indeling van Jane Hart is van Dave Wilkins. Hij onderscheidt het embedded model, wrapped model en community model. Zijn blogpost hierover is de moeite waard om eens te lezen. Het model van Jane Hart kan je helpen na te denken over de rol van sociale media in jouw eigen leertraject en het maken van keuzes daarin als facilitator, procesbegeleider of trainer. Hoe centraal staan sociale media en online conversaties?

We zien een grote verscheidenheid aan leerinterventies waarbij sociale media een belangrijke rol kunnen spelen. We maken zelf een onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige activiteiten en een verschil tussen eenmalige leerinterventies of langdurende trajecten om deze interventies in te delen. Bij een kort traject maak je andere afwegingen dan bij een langlopend traject of netwerk, zo kun je investeren in het leren werken met een wiki in een netwerk, maar zul je dit niet zo snel doen voor een eendaagse workshop. Hiermee komen we tot het volgende schema met een aantal mogelijke leerinterventies die je kunt faciliteren met behulp van sociale media. Op de horizontale as vind je helemaal links leeractiviteiten bedoeld voor een kleine groep deelnemers (e.g. een training met 12 personen), en rechts de grootschalige activiteiten (denk aan een conferentie met 80 mensen). Verticaal maken we onderscheid tussen eenmalige leeractiviteiten (een 1-daagse workshop, training of conferentie) en langer lopende leerprocessen, zoals een leertraject van een jaar of een leernetwerk.

Het type leerinterventie heeft invloed op hoe je sociale media in gaan zetten, al kun je daarin nog heel creatief zijn en is er geen eenduidige handleiding voor te maken. Een aantal voorbeelden:

  • Online kennismaking: Je faciliteert een training over breinleren en je wilt deelnemers al vantevoren betrekken bij het onderwerp. Door een online onderzoekje, een blogpost met daarbij de vraag aan deelnemers om hun vragen en verwachtingen te delen of je nodigt deelnemers uit te twitteren over hun ervaringen ten aanzien van breinleren, gebruikmakend van een voor deze groep unieke hashtag.
  • Conferentie2.0: Je bent betrokken bij een grootschalig  congres over leidinggeven en wil social media gebruiken om gedurende het congres een soort ‘backchannel’ in te richten. Middels Twitter en een twitterfountain die gedurende de dag voor iedereen zichtbaar is. Ook maak je gedurende de dag een aantal filmpjes die je beschikbaar maakt voor de mensen die niet konden komen of niet bij die workshop konden zijn.
  • Online follow-up: Je gelooft sterk in het principe van herhaling om iets dat je nieuw hebt geleerd te laten beklijven. Deelnemers stuur je na afloop van de training nog regelmatig een smsje met daarin een vraag of reminder. Of je nodigt ze uit om op twitter in contact te blijven.
  • Web-conferenties: Je werkt binnen een multinational en je wilt graag iets organiseren over het onderwerp ‘projectmatig werken’. Er is geen budget om voor dit onderwerp een grote internationale conferentie te organiseren. In plaats daarvan besluit je een web-conferentie van 2 dagen te organiseren. Je begint en eindigt met een open chat sessie en organiseert gedurende de twee dagen verschillende workshops van 1-1,5 uur met gastsprekers van binnen en buiten de organisatie.
  • Online follow-up: Je faciliteert een workshop bij een kinderopvangorganisatie over het gebruik van sociale media in het contact met ouders. In de workshop maak je een start met Yammer, om zo de discussie voort te kunnen zetten na de sessie.
  • Hybride leertraject: Je werkt langere tijd met een groep projectmanagers en hebt een online leerplatform (Ning, Moodle, ELGG) ingericht om het leren tussen bijeenkomsten door ook te ondersteunen. Inhoudelijk experts kunnen hier een rol hebben, deelnemers werken online aan producten en geven elkaar feedback, er lopen discussies die gaan over toepassing van nieuwe informatie in eigen werkpraktijk.
  • E-coaching: Je hebt enige tijd met een groep trainees gewerkt en de f2f ontmoetingen zijn afgelopen. Elke trainee gaat weer naar zijn eigen werkplek en jij begeleidt ze middels e-coaching bij het toepassen van het geleerde in de praktijk. Hiertoe gebruik je Skype, email en google.docs.
  • Online leernetwerk: Je wilt mensen ondersteunen bij het leren schrijven van goede blogposts. Hiertoe heb je een online handboek geschreven waar deelnemers 31 dagen mee kunnen werken. Parallel daaraan heb je een community ingericht waar gebruikers van dit handboek elkaar kunnen ontmoeten, elkaar feedback geven op geschreven blogpost en tips krijgen van jou als trainer. Daarnaast stuur je ze elke maandag een lijst met inspirerende blogpost onderwerpen en de vraag om specifiek op 2 blogposts van andere deelnemers feedback te geven.
  • Blogkermis: Je wilt als organisatie het denken over het gebruik van sociale media door non-profit organisaties stimuleren terwijl de meeste contacten al wel een weblog hebben. Je nodigt ze uit iedere maand over een inspirerende vraag te bloggen en maakt de resultaten beschikbaar via Twitter en je eigen weblog.
  • Online community: Over de hele wereld zijn beleidsmakers, onderzoekers en praktijkmensen bezig met een nieuwe benadering voor bosregeneratie. Je gebruikt Ning en Twitter om een online community te laten uitwisselen om zo innovatie te stimuleren, maar ook stuur je iemand naar een conferentie om daarover te bloggen. Zo maak je de informatie uit de conferentie toegankelijk voor de online community.

Dit is een blogpost geschreven in voorbereiding op de middag op 19 mei georganiseerd door het IAF over het inzetten van sociale media door facilitatoren. Ik heb de blogpost geschreven samen met Joitske Hulsebosch en we vragen deelnemers aan de workshop dit alvast door te lezen en te reageren. Dan weten wij als facilitators al wat over de interesses in de groep en kunnen we ons daar beter tegen wapenen.

Over de vloer…

January 23, 2011

Op 10 januari j.l. heb ik een presentatie gegeven over het gebruik van sociale media voor professionals. Hoe kun je de tools effectief inzetten voor je eigen professionalisering? Het was in Over de Vloer, theater Regentes in Den Haag. Een behoorlijke opkomst, met 60 kaartjes verkocht en nog 15 op een wachtlijst. Wat het overigens voor mij wel spannend maakte, en ook extra leuk om te doen!

Trouwens leuk om in de gaten te houden als je in of in de buurt van Den Haag woont, want elke tweede maandag van de maand wordt er iets georganiseerd! En je kunt in dit theater overdag prima werken als je een werkplek zoekt!  Alexis van Dam, een van de deelnemers, heeft een mindmap gemaakt van de avond. Prachtig!

Welke boektitel vind jij passen?

June 28, 2010

In de afgelopen tijd hebben Joitske Hulsebosch en ik gewerkt aan een boek over leren met sociale media. Een hele kluif is het geweest en we zijn trots dat het er nu ligt. Contract getekend, uitgever aan de slag. Na de zomer hopen we het boek in handen te hebben!

Gedurende het schrijfproces hebben we het steeds ‘het webboekje’ genoemd. Een prima werktitel maar voor het heuse boek zoeken we toch iets anders. En wij komen er niet zo gemakkelijk uit wat nu een pakkende, passende titel is. Je kunt ons helpen door hieronder je stem uit te brengen. Natuurlijk mag je ook een suggestie doen voor een betere titel via de comments.

Eerst nog wat meer uitleg over de inhoud. Het boek is praktisch van aard en heeft als focus sociale media vanuit het perspectief wat dit betekent voor leren en kennisdelen. Het boek bestaat uit 3 delen: het eerste deel is voor de individuele professional en gaat in op hoe je kunt werken aan je eigen professionalisering door het participeren in sociale media. Het tweede deel is voor de organisatie en gaat in op manieren waarop teams en organisaties slim gebruik kunnen maken van sociale media. Het derde en laatste deel is helemaal toegeschreven naar facilitatoren, procesbegeleider en trainers; professionals die zich met het faciliteren en stimuleren van leren bezig houden. Hierbij gaan we in op het ontwerpen en implementeren van leertrajecten waarbij sociale media een rol spelen.

Welke titel zou jou aanspreken voor zo’n boek? Stem door maximaal twee titels te kiezen…

Online Surveys & Market Research

Prezi – prachtige tool voor spannende presentaties!

June 11, 2010

Met welke slide ga je beginnen? Hier nog maar een plaatje. En aan het begin nog een slide met wat er allemaal gaat komen. Zo’n rijtje om de kijker wat overzicht te geven. Dit soort overwegingen zijn niet meer nodig wanneer je Prezi gebruikt. Een tool die ik van harte wil aanraden! Mocht je dan toch iets presenteren, dan is dit een heel aantrekkelijke manier! Prezi is een online presentatietool waarmee je redelijk gemakkelijk een erg leuke presentatie kan maken.

Je werkt op 1 groot vel in plaats van met losse dia’s. En op dit vel geef je je verhaal weer in woord, beeld en geluid. Je kunt werken met hyperlinks, kaders, foto’s, video.

Het maken van een presentatie met Prezi doet me een beetje denken aan het maken van een mindmap. Het werkt associatief. Het stimuleert ook om sneller te visualiseren.

“Think of it like planning a journey.” Deze tip klopt. En dat vond ik bij de eerste keer wel even wennen. Het is heel gemakkelijk om maar ergens te beginnen, maar om er een goede presentatie mee te maken vraagt het, net als bij andere tools, om een duidelijke focus en boodschap.

Om tot een echt aantrekkelijke presentatie te komen is het de kunst om vanuit een bepaalde ‘grootte’ en visualisatie te denken. Althans, de mooie voorbeelden hebben dat sterk in zich, valt mij op. Kijk hier maar eens voor wat voorbeelden.

In- en uitzoomen is een belangrijke functie bij Prezi. Je kunt daardoor heel groot beginnen en de presentatie zelf kan zich als het ware in een klein hoekje afspelen. Je geeft de kijker overzicht en maakt het tevens ludiek, grappig en ook wel wat spannend.

Wil je er ook eens mee stoeien? Prezi zelf heeft een aantal handige instructiefilmpjes van slechts een paar minuten. En Patrick MacKaaij beschrijft in deze blog heel duidelijk hoe je er goed mee kunt werken. Inclusief allerlei verwijzingen naar Prezis en videos!

Mijn eerste Prezi product:

Twitteren op de achtergrond

May 4, 2010

Ik had me voorgenomen om de hele maand april te gebruiken om te experimenteren met Twitter. En aan het eind van de maand te besluiten of ik met Twitteren doorga of niet. En ja, ik kan zeggen dat het me wel te pakken heeft. Vooral omdat het voor mij waardevolle opbrengsten heeft: weblogs die ik zelf nog niet was tegengekomen, interessante blogposts, contact met nieuwe collega-professionals. Ik twitter inmiddels ook voor de NVO2 en dat dwingt me ook om iets wat ik interessant vind expliciet te verspreiden, met daarbij wat het zo interessant maakt naar mijn idee.

Een andere manier om Twitter te gebruiken is op de achtergrond (the backchannel) bij een conferentie of training. Ter voorbereiding op een conferentie in juni ben ik me hier wat op aan het inlezen. Jane Hart beschrijft hoe ze Twitter heeft gebruikt als leerervaring in een face-to-face workshop.

  • Iedere deelnemer was in het bezit van een tool om mee te twitteren.
  • En er was een gedeelde hashtag die iedereen zou gebruiken, om zo de tweets van elkaar te kunnen volgen.
  • De workshop startte vervolgens met de uitnodiging om zich al twitterend aan elkaar voor te stellen. Een effectieve manier voor iedereen om er wat in te komen, zo bleek.
  • Gedurende de workshop heeft Jane geen flipover gebruikt, maar functioneerde het twitteren als zodanig. Deelnemer stelden hun vragen middels een tweet, maakten opmerkingen door te twitteren.
  • En Jane had in haar presentatie een aantal vragen opgenomen om het twitteren zo nu en dan wat richting te geven.

Olivia Mitchell gaat nog een stap verder en beschrijft 8 praktische tips hoe twitter goed te gebruiken is als middel voor participatie. Wel sterk uitgaande van het idee dat een presentatie een belangrijk onderdeel is van de training of workshop, dat als kanttekening hierbij. Haar tips zijn:

  1. Ontwerp je presentatie zo dat dit geschikt is voor gebruik van Twitter op de achtergrond: deel je presentatie op in kleine stukjes met ruimte voor het twitteren tussendoor. En maak waardevolle tweets zichtbaar.
  2. Moedig de deelnemers aan om te twitteren: leg uit, gebruik hashtags, stimuleer.
  3. Bedenk hoe ook niet-twitteraars mee kunnen doen. Dit kan een belangrijke rol spelen bij een grote conferentie.
  4. Gebruik verschillende manieren om de twitterstroom te monitoren: las ‘twitter breaks’ in, vraag een deelnemer om als ‘twitter monitor’ te fungeren en aan te geven wanneer er een issue opkomt dat aandacht vraagt, en zorg ervoor dat de deelnemers op een groot scherm de twitterstroom kunnen zien.
  5. Vraag de deelnemers om een twitterbericht te ‘retweeten’ waar zij meer aandacht voor willen.
  6. Laat de illusie los dat je als trainer of spreker meer weet dan je deelnemers. Twitteren nodigt deelnemers juist uit om hun eigen expertise in te brengen en mee te denken.
  7. Twitter zelf ook en benoem zo de vragen die je aan de deelnemers wilt stellen.
  8. En.. je hoeft niet tijdens je presentatie alle vragen te beantwoorden die in twitterberichten aan je gesteld worden. Dit kun je naderhand ook nog doen door te twitteren.

Ik krijg zo wel zin om het eens uit te proberen! Op zoek naar een overzichtelijke setting met deelnemers die wel in zijn voor zo’n experiment! Ter voorbereiding op een groter seminar. Ik hou jullie op de hoogte van mijn ervaringen!

Betrokken medewerkers initiëren eigen leren

April 20, 2010

Zelf vind ik het heerlijk en ook belangrijk om me voortdurend bezig te houden met nieuwe dingen: artikelen lezen, gedachten vormen, nieuwe aanpakken ontwikkelen en uitproberen. Ik probeer in mijn werk de verdeling van 1/3 nieuw, 1/3 routine en 1/3 persoonlijke ontwikkeling vorm te geven.  Wellicht komt hier ook mijn belangstelling voor sociale media naar voren. Het voelt voor mij als een paradijs van mogelijkheden om input te vinden, mensen om mee te sparren, kennis te ontwikkelen.

Het volgende bericht kwam ik tegen in de Daily Telegraph: Engaged employees tend to function at higher levels over time and help boost productivity. One way to encourage employee engagement is to emphasize on-the-job learning and development. Data shows that engaged employees initiate learning themselves rather than wait to have it delivered to them. These individuals seek learning in manageable chunks that is relevant to an existing challenge. Such an approach is less expensive than instructor-led efforts and likely to be more effective because it is self-directed. Some companies are turning to social media tools to help employees create networks that they can leverage at work and beyond.

Wat me aanspreekt is de gedachte dat medewerkers die betrokken zijn bij hun werk, zelf initiatief nemen tot persoonlijke ontwikkeling. Zij voelen een sterk intrinsieke motivatie tot leren. En dit kun je als organisatie faciliteren door het creëren van een krachtige leeromgeving middels o.a. het gebruik van sociale media.

Hier ligt een mooie verbinding met een indeling gemaakt door Harold Jarcher. Hij onderscheidt:

  • Dependent Learning: de lerende heeft stimulans en richting nodig in termen van doelen, curricula, expertise en facilitatie.
  • Independent Learning: de lerende krijgt wat hij nodig heeft op een manier die bij hem past.
  • Interdependent Learning: de lerende heeft verbinding met anderen nodig.

Deze indeling is wellicht niet bedoeld om zo toe te schrijven aan individuele medewerkers, maar voor mij is werkt het om te zien dat er verschillende typen leren (formeel en informeel) nodig zijn in een organisatie om iedereen uit te nodigen en te ondersteunen in persoonlijke ontwikkeling. Hoe sociale media hierin een rol kunnen spelen? Voor ‘dependent learners’ kun je sociale media toevoegen aan een redelijk formeel ingericht leertraject. ‘Independent learners’ vinden hun weg door webtools te gebruiken die hen behulpzaam zijn in het werk. En voor ‘interdependent learners’ zullen sociale media de toegang zijn tot netwerken en communities waar ze collega’s ontmoeten met soortgelijke interesses. Ik schaar mezelf vooralsnog onder de independent en interdependent learners.

Enthousiast in 1 dag?

April 3, 2010

Door web 2.0 kunnen we samenwerken in een wiki, kennis delen via een blog en met elkaar praten via een chat. En zo biedt het web 2.0 landschap nog veel meer mogelijkheden. Ik ben er erg enthousiast over! Afgelopen donderdag heb ik samen met Joitske Hulsebosch een workshop ‘webwerken‘ verzorgd bij de Rabobank en terugkijkend op deze middag vraag ik me af hoe ik ook anderen de vele mogelijkheden van sociale media voor leren kan laten zien.

  • “Ik heb wel een LinkedIn profiel, maar wat nu?”
  • “Ik ken Twitter wel van Femke Halsema, maar geloof niet dat het iets voor mij is. Ik heb al genoeg aan mijn e-mail.”
  • “Mijn zoon zit altijd op Hyves of is aan het chatten met zijn vrienden. Maar wat hij precies doet, geen idee.”

Met dit soort uitspraken begint een workshop ‘webwerken’ vaak. Het merendeel kent wel een paar sociale media tools, maar weet niet goed wat je er aan kunt hebben. Hier ligt dus een schone taak voor ons om deelnemers er meer kennis mee te laten maken. En liefst nog iets meer: ze enthousiast maken om er na de workshop mee te gaan experimenteren in hun eigen werkpraktijk.

De workshop is zo opgebouwd dat we mensen eerst meenemen op een wandeling door het web 2.0 landschap, om ze vervolgens te laten werken met een aantal webtools: RSS reader, social bookmarking, micro-blogging, wiki, social network en weblog. Met deze korte experimenteer-ervaring maken we dan de stap naar de eigen praktijk: waar zou een webtoepassing van waarde kunnen zijn? waar zou je de komende tijd verder mee willen experimenteren? welke ideeën komen er bij je op? Dit levert vaak aardige plannen op: een Delicious bibliotheek met de afdeling, een NING omgeving voor een projectteam, een paar mensen die een RSS reader als Netvibes gaan gebruiken, een wiki voor vragen en antwoorden over het interne HRM beleid. Wat we belangrijk vinden om over te brengen is dat web 2.0 vooral gaat over een cultuurverandering. Het is geen trucje dat je kunt leren, je moet leren begrijpen wat het betekent voor je werk en manier van werken. Pas als je het je eigen maakt kun je als team of organisatie goed aansluiten bij web 2.0. Er is dus aandacht voor concrete instrumenten, maar zeker ook voor cultuuraspecten en de vertaling naar het eigen werk.

Enthousiasme creëren voor de instrumenten lukt over het algemeen wel. Soms krijgen we reacties als: “leuk, maar het is toch niets voor mij” of “pfff, ik heb het gevoel er alleen nog maar meer bij te krijgen. ik heb al zoveel!”. En dat snap ik ook wel. Ik herken het uit mijn begintijd met sociale media. Je hebt vaak al een hele klus aan je e-mail. En met die nieuwe media zou je ook nog Twitter berichtjes moeten bijhouden, blogposts van allerlei weblogs moeten lezen, stukjes schrijven voor je eigen weblog en bijdragen aan de online communities waar je lid van bent geworden. Tjonge!! Ik werd pas echt enthousiast toen ik merkte wat het werken met sociale media me opleverde: nieuwe contacten, inspiratie door het kunnen volgen van andere weblogs, gemak van online samenwerken en expliciete reflectiemomenten door een weblog bij te houden. Maar ik heb wel echt een paar maanden moeten volhouden! Hoe kan ik deelnemers aan onze webwerken-workshop zover krijgen ook die paar maanden te nemen?

Hoeveel whuffie heb jij?

April 2, 2010

Dwaal jij wel eens rond in het web2.0 landschap? En vraag je je dan af wat je ermee kunt? Ik vind het boeiend om te kijken hoe sociale media ondersteunend kan zijn in leerprocessen. Met Delicious een gezamenlijke online bibliotheek aanleggen. Met een wiki samenwerken aan een product. Met een Ning-omgeving een online werkplatform creëren. En met Twitter je netwerk ook online vormgeven. Opbouwen van je sociaal kapitaal. Tara Hunt schrijft hier op een heel creatieve, vlotte manier over in haar boek ‘De whuffie factor‘. Zij gebruikt het begrip ‘whuffie’ om je sociaal kapitaal aan te duiden. En whuffie is dan ‘wat je als betaalmiddel overhoudt aan je reputatie. Je kunt het verliezen of verdienen door je positieve of negatieve acties, door je bijdragen aan (online) gemeenschappen en door wat mensen van je denken. Je kunt je whuffie afmeten aan je interactie met gemeenschappen en individuen.

Ik vind het een erg aansprekend concept, wat voor mij duidelijk maakt waar het voor een groot deel om gaat bij het gebruik van sociale media. Het gaat verder dan netwerken. Het gaat over wederzijdse aantrekkelijkheid, over vertrouwen, authenticiteit, impact hebben en goed doen. En hoe kan je aan whuffie komen? Tara noemt vijf stappen:

1. Draai de megafoon eens om: stop met praten en ga eens luisteren.

2. Word onderdeel van de gemeenschap die je bedient.

3. Zorg dat je opvalt en creëer fantastische ervaringen voor anderen.

4. Laat de chaos toe. Plan niet te veel. Zorg dat je de alledaagse magie erkent.

5. Sociaal kapitaal stijgt alleen in waarde wanneer je het weggeeft. Zoek uit hoe je aan de gemeenschap kunt teruggeven en doe dat dan… en vaak.

Ben jij benieuwd naar jouw whuffie factor? Kijk dan eens bij De Whuffie Bank.

April – Twittermaand

March 31, 2010

Het Twitteren heeft me tot nu toe nog niet echt gegrepen. In de afgelopen tijd heb ik een paar keer een poging gedaan om Twitteren onderdeel te maken van mijn dagelijkse werkritme, maar dat is me die keren niet gelukt. En de voornaamste reden was dat ik na een paar dagen gewoon vergat om te Twitteren.

Toch blijf ik het gevoel houden dat Twitter zeker van waarde kan zijn voor leren en professionaliseren. Joitske Hulsebosch, een collega met wie ik veel samenwerk, zegt er veel aan te hebben en is er inmiddels heel gedreven in. Nu heb ik me voorgenomen om de maand april actief te gaan Twitteren. Bij wijze van experiment. En daarbij neem ik me voor om elke dag een paar tweets te versturen. Om een paar voor mij interessante twitteraars echt te gaan volgen. En om actief mee te doen in twittergesprekken.

Terwijl ik deze blogpost maak heb ik TweetDeck aan. Daarmee ontvang ik voortdurend nieuwe tweets in de rechterbovenhoek van mijn scherm. Leidt wel wat af, maar het heeft ook wat. Er is in Amsterdam een seminar aan de gang over marketing met sociale media. Seth Godin is op dit moment met een verhaal bezig. En daar hebben heel wat twitteraars naar uitgekeken merk ik uit alle tweets hierover. Van de sokken die hij aan heeft tot nieuwe inzichten die waardevol zijn om te horen. Tot nu toe is men zeer tevreden over de bijdrage van Seth volgens mij. Een boek wat naar aanleiding hiervan wordt aangeraden komt ook langs: Rework. Misschien wel interessant om eens te gaan lezen. Verder heb ik gisteren getwitterd dat ik bezig ben met het organiseren van een congres op 18 juni voor de IAF over Hoofd-Zakelijk Faciliteren. En al een paar leuke tips gekregen van mensen die we zouden kunnen uitnodigen voor een bijdrage op dit onderwerp. Nou, dat is al een heel waardevolle opbrengst van 1 dag Twitteren! Stimuleert mij om er mee door te gaan!

Een mooi hulpmiddel om goed in het Twitteren te komen vind ik de volgende website: How to Use Twitter for Social Learning. Ben je ook een beginner, dan kan ik je echt aanraden hier eens een kijkje te nemen! En verder heb ik allerlei tips van ervaren twitteraars gekregen, die ik je zeker niet wil onthouden:

  • Neem de tijd om wat rond te kijken en te zien wat er al twitterend gebeurt;
  • Doe dit echter niet al te lang. Ga meedoen aan discussies. Dat maakt dat je je echt onderdeel gaat voelen van een community.
  • Zorg dat je dagelijks wat tweets schrijft. Zo ontstaat er een flow voor jezelf. En anderen kunnen je echt gaan volgen, wat je voor andere twitteraars interessant maakt. Uiteindelijk gaat het om het opbouwen van relaties.
  • Bouw zo snel mogelijk een stevig groepje ‘followers’ op die voor jou interessant zijn. Zo ga je ook snel de voordelen van Twitter ervaren.
  • Volg twitteraars die je respecteert. En doe mee aan de discussies, wees niet te bescheiden of verlegen.
  • Share and dare
  • Wees jezelf in de tweets die je schrijft. Denk er ook niet te lang over na. Een tweet hoeft niet perfect te zijn.
  • Kijk eens wie jou volgt. Bekijk hun profiel en hun followers. Hier zitten wellicht voor jou ook interessante contacten bij.
  • Gebruik hashtags in je berichten, zodat je aan discussies over een bepaald onderwerp mee kan doen.
  • Deel en wees genereus met beschikbaar maken van bronnen die je zelf gebruikt.
  • Stel vragen en geef ook antwoorden op vragen van anderen.

Nou, hier maar eens mee aan de slag de komende tijd. En ik sta zeker open voor nog meer tips!

Next Page »