7 tips voor inrichten online leerplatform

December 13, 2011

Een online (leer)omgeving is snel gestart. Een NING heb je zo in de lucht. Maar hoe richt je dit zo in dat het gaat werken? Dat gebruikers  er de weg kunnen vinden? Dat ze zich uitgenodigd voelen tot netwerken, bijdragen, interactie? Vragen die wij regelmatig krijgen. In een eerdere blogpost heb ik beschreven hoe je een start kunt maken met online leren. Nu nog een stapje daarvoor: waar kun je op letten bij het inrichten van een online omgeving? Ervaring leert dat een aantal punten hier echt bij werken. Zeven punten (ik heb net ergens gelezen dat zeven een magisch getal is …) die wij eigenlijk altijd meenemen in het ontwerp van een online leeromgeving.

1. Aantrekkelijke vormgeving

Wie is je doelgroep en wat voor uitstraling past hierbij? Moet de omgeving een professionele look hebben, een sociale, een heel ontspannen of juist actieve? Is het belangrijk dat de vormgeving gelijk laat zien waar de omgeving bij hoort? Bij welke organisatie, bij welk netwerk, bij welk thema? Wij proberen te zorgen voor een online plek waar professioneel en sociaal bij elkaar komen. Omdat we erin geloven dat beide aspecten nodig zijn voor kennisuitwisseling en interactie.

Vaak krijg je een beeld van de mogelijkheden door enkele voorbeeldomgevingen te bekijken. Bij praktische elke tool is dit wel mogelijk. Aantrekkelijke vormgeving zit ‘m ook in het gebruik van foto’s en afbeeldingen naast tekst. En denk eens aan metaforen om iets uit te drukken: de bungalow voor kennismaking in kleinere samenstelling, aan de keukentafel voor diepere gesprekken tot diep in de nacht….

2. Veel aanbieden

Een online omgeving is aantrekkelijk om naar toe te gaan doordat er wat te vinden is. Op een gegeven moment zit de waarde in de discussies die daar plaats vinden en het collectieve geheugen wat je met elkaar opbouwt. In het begin kun je dit al voeden door bijvoorbeeld een bibliotheek aan te leggen met links naar waardevolle blogposts, online artikelen, een boeken top tien en YouTube filmpjes over het onderwerp.

3. Deelnemers verbinden

Om online activiteit en interactie te stimuleren is met elkaar kennismaken van belang. Voor mij is een ingang om anderen online te leren kennen het persoonlijk profiel. En dan wel een profiel dat er aantrekkelijk uit ziet. Qua vormgeving en inhoud, met foto erbij. Ik vind het prettig in het profiel iets te lezen wat een gemakkelijk haakje is om contact op te leggen. Een interessante hobby, een boek dat iemand aan het lezen is, een project waar diegene middenin zit. Daarnaast werkt het prettig om aan een concrete opdracht te moeten werken in kleinere samenstelling. Zo’n opdracht kan in het begin zijn: vind uit wat je met elkaar deelt, bedenk een karakteristieke naam voor jullie als groep, wissel eens met elkaar uit over…

4. Overzicht bieden

Cruciaal! En op veel verschillende manieren te bereiken. Als gebruiker is het prettig om de hoofdpagina te kunnen gebruiken als een soort wegwijzer. Daar staat, altijd op een vaste plek, wat er online te doen is en waar je wat kunt vinden. Heb je technische ondersteuning nodig, dan lees je daar hoe je die snel kunt krijgen. En zoek naar een logische manier van indelen. Tabjes met een naam die gelijk zegt waar het over gaat. Discussies die zijn onderverdeeld in categorieën. Tags die je gebruikt om verschillende informatielijnen makkelijk te vinden. In het begin lijkt de omgeving al snel logisch, maar ga je er vanuit dat er veel interactie gaat plaatsvinden dan kan het al snel onoverzichtelijk worden. En niets is vervelender dan lang zoeken naar iets wat je nodig hebt, gezien hebt, maar waarvan je niet meer precies weet waar het stond.

5. Hoofdpagina als dashboard

In veel leerprocessen gebruik je niet maar 1 social media tool, maar vullen tools elkaar aan. Je gebruikt social bookmarking om interessante weblinks met elkaar te delen. Twitter om met een grotere groep te communiceren. En een wiki om samen te werken aan online producten. Het werkt heel prettig om 1 ingang te hebben, van waaruit je makkelijk door kunt naar de andere tools. Zo kun je de twitterstream zichtbaar maken in de online omgeving, een link naar de social bookmarking tool zichtbaar op de hoofdpagina zetten, en een wiki ‘in de omgeving hangen’.

6. Meerdere manieren van navigeren

We hebben allemaal verschillende zoek- en werkstijlen. De een gebruikt de tabjes in de omgeving, de ander kijkt eerst naar het overzicht van laatste activiteiten. Zorg ervoor dat je deze verschillende manieren van navigeren aanbiedt.

7. Maak activiteit zichtbaar

Niets is vervelender dan naar een online omgeving gaan en het idee hebben dat daar weinig gebeurt. Een hoofdpagina die er voortdurend hetzelfde uitziet maakt niet dat je nieuwsgierig wordt. Zorg dat je op de hoofdpagina de activiteit zichtbaar maakt: tweets, laatste activiteiten, een nieuw gestarte discussie, een geplaatste blogpost, een toegevoegd filmpje, een nieuwe link naar een artikel.

Heb jij aanvullingen? Punten die jij gebruikt bij het inrichten van een online leeromgeving? Leuk om eens te horen en met elkaar te delen!

 

Online tools voor creatief ontwerpen

November 16, 2011

De skype staat open. Daarin las ik een vraag om naar Wallwisher te gaan en mezelf met een fotootje erbij voor te stellen. Naomi den Besten en Simon Koolwijk faciliteren dit webinar. Leuke start! We kennen elkaar allemaal wel, maar mooi om te zien dat je Wallwisher op deze manier ook kunt gebruiken. Dit webinar gaat over social media tools die je kunt inzetten bij creatieve processen. Ben benieuwd. Ik blog mee tijdens dit webinar….

Naomi introduceert de gedachte van design thinking, een methode die je kunt gebruiken bij ontwerpen en probleemoplossen, bestaande uit 5 stappen: (1) huidige situatie analyseren, (2) brainstorm over mogelijke aanpakken, (3) cluster de ideeën, (4) maak een aantal prototypes voor een idee, en (5) leg prototypes voor en voer uit. De fasen van convergeren en divergeren komen hierin duidelijk naar voren.

Een paar tools die Naomi gebruikt bij dit ontwerpproces:

  • Voor een visuele brainstorm kun je gebruik maken van Pinterest (een online prikbord, moodboard). Hiermee kun je (gezamenlijk) een fotocollage maken, met bij elke foto een korte typering. En de mogelijkheid om op elkaars foto’s te reageren. Een alternatieve tool hiervoor is Imgspark.
  • Er bestaan ook geschikte social media tools voor een online brainstorm. In dit webinar oefenen we kort met Wallwisher en met Spiderscribe. Beiden werken heel gemakkelijk: je gaat er heen en als gebruiker kun je notities op een ‘vel, muur’ wall’ plakken met je ideeën erop. Je kunt deze ideeën clusteren, orderen, door ze te verplaatsen, een andere kleur te geven, ze te verbinden met lijnen (in Spiderscribe). Wallwisher is gemakkelijk in gebruik omdat je geen account nodig hebt om ermee te werken. Deelnemers hoeven dus niet in te loggen.

Dan het maken van prototypes. Hoe kun je dat online vormgeven? Dat hangt natuurlijk af van de vorm waarin je een prototype maakt: wil je dit visualiseren, uitwerken in geschreven tekst (een verhaal), in de vorm van een mindmap. Naomi liet ons een voorbeeld zien van het gebruik van prezi, waarbij je sinds kort ook gebruik kunt maken van prezi-meeting; een manier om tegelijkertijd samen aan een prezi te werken. Gebruik je vooral geschreven tekst, dan kun je denken aan google.doc of een wiki.

En voor het delen van de uitgewerkte prototypes online kun je tools gebruiken die je in staat stellen om je beeldscherm met anderen te delen. Hier kun je niet samen in werken, maar je kunt wel iets op je scherm duidelijk laten zien. Mogelijke tools zijn Teamviewer of Join Me. Wil je de mening van anderen horen over een uitgewerkt idee, dan kun je dit ook doen middels een online vragenlijst. Tools hiervoor zijn bijvoorbeeld SurveyMonkey of Google forms.

Mooi kader om vanuit te werken! Simon neemt ons vervolgens mee in een oefening: een online stellingenspel. We gebruiken hierbij Spiderscribe. Met eens en oneens is een niet zichtbare lijn gemaakt op het scherm.

We plaatsen allemaal onze naam op het scherm en kiezen een positie op de lijn nadat we een stelling hebben gekregen. In welke mate ben je het eens of oneens met de stelling en waarom? De kracht van deze werkvorm zit in de conversatie die je hebt naar aanleiding van gekozen posities. Deze conversatie voeren we via skype. Wat online mogelijk maakt is dat je de argumenten die men aandraagt bijhoudt. Je creëert een helder overzicht van deelnemers en verzamelde opbrengst. Je kunt zelfs het veranderen van positie weergeven, doordat deelnemers hun naam kunnen ‘verslepen’.

Vervolgens hebben we met Spiderscribe een paar brainstormen gedaan. Werkte best goed. Elke deelnemer (we waren met 6) kreeg een stukje van het scherm toebedeeld om daarin te brainstormen. Vervolgens zijn we gaan clusteren: ideeën kregen per cluster een kleur en een naam. Hoe werkt dit anders dan een brainstorm in een f2f bijeenkomst? Tijdens het brainstormen kun je ideeën van anderen al lezen en deze als opstapje gebruiken (doorassocieren). Je bent eigenlijk niet bezig met de vraag van wie een idee afkomstig is. Je kunt er onbevooroordeeld naar kijken. Naast tekst kun je ook gebruik maken van afbeeldingen. En het geeft alle deelnemers een goed overzicht van de opbrengst. Tenminste, als je met de ideeën op het beeldscherm kunt blijven. Daar komt bij dat spiderscribe een laagdrempelige en makkelijke tools is om te gebruiken. We hadden trouwens een boeiend onderwerp voor deze brainstorm: hoe kunnen we mensen in organisaties verleiden om meer online te leren? Over de opbrengst van onze brainstorm hierover later meer!


Waarop intervenieer je? En hoe dan?

November 10, 2008

Het faciliteren van een groepsgesprek. Het klinkt makkelijker dan het vaak is. Waar let je dan op? En wanneer doe je iets? Wat dan? Hoe? Afgelopen week heb ik samen met Maaike Smit (werkzaam bij Kessels & Smit) een ochtend gewerkt met learning facilitators van ICCO. Zij hebben onder meer als rol om groepsgesprekken te faciliteren. En wel zo dat het gaat om uitwisseling van ervaring, dat er iets gebeurt dat anders is dan een vergadering, dat mensen echt met elkaar in dialoog gaan.

We hebben eerst eens situaties verzameld die je als facilitator tegen komt en waarbij je denkt ‘eigenlijk zou ik nu misschien iets moeten doen’. Hierboven vind je ze op een rijtje. En wat kun je dan doen? Stel je hebt een deelnemer die een duidelijk stokpaardje heeft en daar regelmatig over begint. Zijn of haar verhaal is erg lang en je hebt het gevoel dat dit niet bijdraagt aan het groepsproces. Je merkt aan jezelf dat je niet meer helemaal luistert. Je bent vooral aan het bedenken wanneer je er tussen kan komen. En waarschijnlijk zonder ‘onbeleefd’ te zijn en de ander te rigoreus te onderbreken.

Wat mij vaak helpt in zo’n situatie is de gedachte dat je vast niet de enige bent die afhaakt, zich ergert of onrustig wordt om dat je graag door wilt op de kern van het gesprek. Als facilitator heb je dan juist de rol om een interventie te doen. Om te onderbreken. Dat kan bijvoorbeeld door een korte samenvatting te geven en de discussie te ‘parkeren’ (soms letterlijk op een parkeerflap). Mocht het al de vierde keer zijn dat dit gebeurt dat zou je er ook voor kunnen kiezen expliciet te benoemen wat je opvalt.

Naar aanleiding van deze bijeenkomst hebben we een ‘tool’ ontwikkeld met ontwerpvragen die je kunt gebruiken bij het voorbereiden van een actieve werkbijeenkomst. En een overzicht van mogelijke interventies die je als facilitator kunt doen. Deze tool vind je hier: ontwerpen-en-intervenieren