Een gesprek dat er toe doet

November 23, 2010

Gesprekken stimuleren tussen professionals over vragen waar ze echt iets mee hebben.
Een enorme hoeveelheid ervaring en denkkracht in een groep van circa 100 mensen.
De ambitie om al die mensen de mogelijkheid te bieden, in anderhalf uur tijd, om een waardevolle uitwisseling te hebben.
Met daarbij de wens van de betreffende organisatie om input te krijgen op een aantal voor hun cruciale vragen.
En in de aanloop een inspirerend betoog van een ‘thought leader’ op het gebied van sociale netwerken.

Aan wat voor vorm zou je dan denken? Bij mij kwam het inrichten van een World Cafe op. Of een afgeleide daarvan. In de afgelopen jaren heb ik World Cafe regelmatig gebruikt. Ik hou van een bepaalde mate van zelforganisatie, mensen eigen verantwoordelijkheid geven voor onderling gesprek, het kunnen doorwerken op de opbrengst van een groep in een eerdere ronde, de ontwikkeling zien die een thema kan doormaken. Met daarbij de kracht van visualisatie, mindmappen, de kern al schrijvend vasthouden.

Afgelopen donderdag was er een NVO2 ledenmiddag, met als kopstuk Menno Lanting over de invloed van sociale netwerken op leren. Inspirerend en leuk om hem eens zo mee te maken! Hij heeft een stevig verhaal neergezet, met genoeg intrigerende vragen voor een World Cafe. Aan mij dus de uitnodiging om in een vervolg daarop de interactie tussen de leden te faciliteren. In anderhalf uur tijd. Vormen die ik heb overwogen:

  • Elke tafel heeft een ‘host’ en deze blijft van het begin tot eind bij de eigen tafel. Gasten verwelkomen, hoogtepunten van vorige groep schetsen, proces begeleiden. Bij wijze van ‘content steward’.
  • De host blijft van begin tot eind bij de stamtafel. De andere leden uit de groep in de eerste ronde gaan zich in de tweede ronde verspreiden om ideeen te verzamelen. Komen daarna weer terug bij de ‘home table’ om hun ideeen in te brengen.
  • Na een eerste ronde gaan in de tweede ronde vier deelnemers van tafel 1 naar tafel 2, 3, 4 en 5. De andere twee deelnemers blijven bij tafel 1 om hun inzichten te delen met de nieuwe deelnemers. Rol van bezoekers is om ideeen verder te onderzoeken en tot aanvullende ideeen te komen. In de laatste ronde gaan deelnemers weer terug naar hun ‘home table’.
  • Geen host, iedereen reist mee in de verschillende rondes. Aan het eind komt elke deelnemer weer terug bij zijn of haar eerste tafel om de oogst te bekijken en te komen tot een kernachtige one-liner.
  • Elke tafel heeft dezelfde hoofdvraag en elke ronde krijgt een specifieke inkleuring: (1) vraag verhelderen door aanverwante vragen te formuleren, (2) eigen ervaringen inbrengen, (3) patronen uit de verhalen halen, (4) boodschap of vervolgvraag destilleren.
  • Je kunt het world cafe ook gebruiken om een grote vraag op te splitsen in deelvragen. Er ontstaan dan meerdere tafels die bijdragen aan 1 vraag. Je werkt hierbij met hosts die tot het eind bij de eigen tafel blijven. En dan sluit je af met een ronde waarin de hosts die een tafel hadden gerelateerd aan 1 grotere vraag bij elkaar komen om de hoofdlijnen met elkaar in verband te brengen.
  • Of de eerste ronde gebruiken om vragen te inventariseren omtrent een specifiek onderwerp. Deze ronde eindigt met het formuleren van een kernvraag per tafel. Dan blijft er een ‘question steward’ en de anderen verspreiden zich.
  • Je kunt ook nog de ideeen laten verplaatsen in plaats van de mensen (bijvoorbeeld wanneer het te druk is in de ruimte om allemaal te verplaatsen). Elke deelnemer krijgt een kaart om het meest essentiele idee of kerninzicht op te schrijven uit de eerste ronde. Vervolgens wissel je de kaart om met iemand uit een andere groep. Met deze nieuwe ‘kaarten’ ga je verder.

Mijn handen jeuken om verschillende scenario’s uit te proberen. Wat is het afgelopen donderdag geworden? Van de anderhalf uur bleef door uitloop van allerlei onderdelen voor mij nog een uur over… Ik heb twee rondes georganiseerd, met een host per tafel. Elke tafel had een eigen vraag. Met 1 tafel leeg voor een urgente vraag van iemand die wij niet van tevoren hadden kunnen bedenken. Maar die tafel is leeg gebleven…:-) En met een klein flip/videocameraatje hebben we gedurende het uur statements verzameld van deelnemers. Het grootste deel van het uur hebben we kunnen gebruiken voor gesprek. En de terugkoppeling plenair bestond uit het bekijken van de video-opnames: impressies van deelnemers aan de verschillende tafels. En dit werkte echt super! Het was zo voor elkaar. En het leverde geen lang eindgesprek op waar eigenlijk op dat moment geen energie voor is. Bovendien: het echte werk heeft al plaatsgevonden aan de tafels. Dat moet je niet willen herhalen!

Ik kijk er tevreden op terug. Een leuke spontane samenwerking met Ria van Dinteren (zij heeft vooral gefilmd), goede gesprekken, geslaagd experiment met de Flip-camera en leuke reacties achteraf. Had nog een kleine prezi gemaakt, maar die heb ik om tijd te besparen achterwege gelaten. Hier dan wel!

Leren in teams … stadia, fasen, niveaus?

November 17, 2010

Hoe leren teams? Een boeiend thema waar ik momenteel grondig mee bezig ben. En dan teams in het onderwijs. Lerarenteams in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middel beroepsonderwijs. Op 1 hoop, hopelijk lukt dat. Samen met Martijn Vroemen schrijf ik daar een boekje over dat leraren moet inspireren en verleiden om (kleine) stappen te zetten op het vlak van teamleren. In opdracht van Ruud de Moor Centrum.

Ik heb ooit de PABO gedaan en trommel nu weer wat oud studiegenootjes op om van hen te horen hoe zij in teams werken. Dat klinkt allemaal makkelijker dan het is. Veel parttimers dus hoe organiseer je een bijeenkomst met het hele team? Focus ligt sterk op wat er in de klas gebeurt. Dit komt er ‘weer bij’. “Maar als we er morgen iets mee kunnen, dan kan het wel effectief zijn. De kwaliteit van het onderwijs verdient zeker wel aandacht.” Een behoorlijke uitdaging ligt hier dus om het teamwerken en teamleren goed aan te laten sluiten bij de vraagstukken waar leraren voor staan!

Wat we proberen is op een waarderende manier te schrijven over teamleren. Het gaat er dus niet om dat de ene fase beter is dan de andere fase. Dat als je ‘double loop’ kunt leren dit beter is dan ‘singel loop’. Het gaat ons er om dat lezers zich er in herkennen, hun team kunnen plaatsen en lezen hoe ze met dit team een volgende stap zouden kunnen zetten. Als ze dat willen. Of zien dat het in sommige situaties handig is om ‘double loop’ te kunnen leren, maar heus niet in alle situaties. Dus laat het afhangen van de vraagstukken waar je mee te maken krijgt of je die bekwaamheid nodig hebt.

Nou, iets concreter. We maken gebruik van drie leerstadia die door Kasl e.a. (1997) zijn ontwikkeld. Hij onderscheidt gefragmenteerd leren, geclusterd leren en geïntegreerd leren. Bij gefragmenteerd leren leren teamleden in principe afzonderlijk. In beginnende groepen leert men gefragmenteerd omdat teamleden onbekend zijn met elkaar. Maar ook omdat er nog weinig besef is van hoe de taken en visies onderling samenhangen. Ook in gevorderde groepen vindt dit type leren plaats. Denk aan leraren die elk hun eigen vak bijhouden. Je zou kunnen zeggen dat er bij gefragmenteerd leren nog geen sprake is van leren als team. Bij geclusterd leren zie je in een team kleiner pools van mensen die met elkaar leren. Er onstaan dus gemeenschappelijke leerinhouden, maar deze zijn niet naar het niveau van collectief delen en waarderen gebracht. Denk aan subteams van mensen die naar elkaar toe trekken of die een bepaalde taak naar zich hebben toegetrokken. En dan heb je als derde geintegreerd leren. Het team werkt collectief en is continu ‘lerend’ geworden. Het onderzoekt en experimenteert veel en overbrugt makkelijk verschillende gezichtspunten. De teamleden nemen meer persoonlijk risico in het opzoeken van nieuwe ideeën en nieuwe contacten.

Het is verleidelijk om te stellen dat gefragmenteerd ‘hoort’ bij een lagere fase van groepsontwikkeling en dat geïntegreerd leren automatisch past bij een volwassen team. Hoewel dat in de meeste gevallen samengaat, zijn er toch uitzonderingen te bedenken. Ook in hoog ontwikkelde teams zullen individuele teamleden nog steeds eigen dingen leren. En ook minder volwassen groepen kunnen collectieve patronen ontwikkelen. Wat denken jullie? We zijn nog wel op zoek naar een goede benaming voor deze driedeling. Noemen we het nu fasen, stadia, modus, niveaus? Al deze termen hebben toch die impliciete waardering in zich, wat we nu juist niet zouden willen…

Zorgen dat men voor zichzelf kan zorgen…

November 11, 2010

Wat hebben een zwerm vogels, ons ecosysteem, wikipedia en een mierenhoop met elkaar gemeen? Dat ze sterk zijn in zelforganisatie. Daar ging de conferentie over waar ik gisteren bij was: De Tweede Nationale Dag van de Zelforganisatie. Het mooie van het thema zelforganisatie is dat het op heel veel verschillende plekken speelt. Zelforganisatie wordt natuurlijk sterk gestimuleerd door web2.0. De mogelijkheid die het mensen biedt om zelf toe te voegen, te creëren, verbindingen te maken. Maar het speelt ook bij de overheid in het stimuleren van burgerparticipatie. En door de ontwikkeling van de TomTom kunnen we ons als weggebruikers steeds makkelijker zelf organiseren.

De conferentie had weinig zelforganisatie in zich, maar a-la. De bijdragen waren grotendeels boeiend! Met name de voorbeelden uit de zorg spraken me aan: “Je moet niet voor mensen zorgen, maar zorg dat men voor zichzelf kan zorgen.” Hans Becker, adviseur van Stichting Humanitas in Rotterdam vertelde op pakkende wijze hoe ze vanuit zelforganisatie de ouderenzorg hebben ingericht. Vier kernwaarden speelden daarbij een rol: (1) eigen regie, (2) eigen activiteit, (3) groepselement en (4) een ‘ja’cultuur. Een voorbeeld, enigszins gekscherend verteld: “Een nieuwe bewoonster is dol op katten en wil 5 katten meenemen. Dat is wel wat veel, maar laten we in gesprek gaan. Blijkt 1 kat al 22 jaar te zien. Die is echt te oud om nog te verhuizen. Houden we er nog 4 over. Door de ‘ja-cultuur’ ontstaat een dialoog, en een medebewoonster gaat zich er mee bemoeien. Zij woont hier al een paar jaar en mocht haar katten toendertijd niet meenemen. Maar ze was er zo dol op! In die tijd deed Stichting Humanitas nog niet aan zelforganisatie, en nu wel. Mooie opbrengst van het gesprek tussen de medewerkers en deze twee dames is uiteindelijk dat beide dames voor 2 katten gaan zorgen. Daarmee wordt het een stuk overzichtelijker!”

Verder een pakkend verhaal van Roger van Boxtel, vanuit zijn rol als Raad van Bestuur van Menzis. Daar worden onder meer verzekerden expliciet uitgenodigd om mee te denken. Een vorm van co-creatie. En Keith Bakker was te gast, samen met Wim Slot. Wim Slot houdt zich als hoogleraar bezig met de kinderbescherming: “Uiteindelijk is alles er op gericht dat het gezin weer autonoom kan functioneren en dat dwang en drang van buitenaf niet meer nodig is. Dat betekent dat ouders sterker worden gemaakt en dat het gezin leert gebruik te maken van positieve krachten in hun netwerk.” Fantastisch hoe hij denkt vanuit groei en ontwikkeling.

En daar vinden de beide heren elkaar. Keith Bakker is wel bekend van het televisieprogramma ‘Van Etter tot Engel.’ Althans, ik kende hem daarvan. Hij heeft een afkickkliniek in Amsterdam en hij werkt heel sterk vanuit zelforganisatie. 8 jonge meiden heeft hij bij zich. Allemaal na een noodkreet bij hem terecht gekomen: anorexia, snijden, branden. Ze vertelden erover met enige humor. En vanaf het eerste moment dat ze bij Keith kwamen zijn ze gestopt met wat ze deden. Na een reeks therapieën en behandelingen die niet mochten baten, en eigenlijk zelfs alleen maar zieker maakten. Zei Keith tegen ze: “Je gaat je nu gedragen als een volwassene.” In tegenstelling tot al die therapieën waarbij men op zoek ging naar de betreffende stoornis, gaat Keith er vanuit dat het normale mensen zijn, en dat er in hun directe omgeving iets goed mis is. Waar je wel ziek van kunt worden, maar je wordt niet beter door de anorexia te bestrijden. Prachtig verhaal en een heel bijzondere man!

De vertaling naar ons werk?

  • Ruimte bieden aan mensen om initiatief te nemen;
  • Creëer ontmoeting en stimuleer groepsvorming;
  • Een bottom-up benadering: laat mensen aan het woord;
  • Werk vanuit waardering, groei en kracht.
  • Stimuleer een ja-cultuur, ga in dialoog.