Welke onderzoeksprincipes gebruik jij?

April 27, 2010

Praktijkonderzoek als middel om niet alleen iets te weten te komen, maar ook om te veranderen en te leren. In plaats van een externe adviseur in te huren die de oplossing heeft, spoor je kennis en ervaring in de eigen organisatie op. Vorige week is er een boek uitgekomen dat handreikingen bevat om zo’n onderzoek vorm te geven. Geschreven door Suzanne Verdonschot en Maaike Smit, beiden werkzaam bij de onderzoekspraktijk. Een aanrader voor iedereen die nieuwsgierig is, veel vragen heeft en ervan geniet om samen met andere ontdekkingen te doen. Op de ‘dag ter bevordering van de nieuwsgierigheid’ passeerden veel ervaringsverhalen. Ik heb gedurende deze dag ontwerpprincipes bijgehouden die je kunt gebruiken om praktijkonderzoek vorm te geven. Een belangrijke bijdrage leverde Anja Doornbos hierin door haar ervaringen te delen met onderzoek in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis. Een overzicht:

  • Neem zeker in het begin ruimte om de vraag een tijdje de vraag te laten. Oplossen komt later wel.
  • Gebruik als vertrekpunt van het onderzoek de (informele) netwerken die er al zijn in de organisatie. Zo is er in een ziekenhuis voor gekozen om verpleegkundigen elkaar te laten interviewen aan de hand van 5 vragen. Het ‘kletsen’ tijdens de pauzes is aangegrepen in een net wat anderen vorm.
  • Kies een aanpak voor je onderzoek waarbij je aansluit bij ‘natuurlijke manieren van met elkaar omgaan’ die in de organisatie al bestaan. En laat het netwerk groeien door mensen te vragen: ‘met wie wil jij het hier graag eens over hebben?’
  • Kies voor een aanpak die vanaf het begin energie geeft. In het voorbeeld van het ziekenhuis is dit gelukt door een vraagstuk te nemen dat sowieso al speelde, waar een bepaalde mate van urgentie op zat om het met elkaar over te hebben. En door de gesprekken heel persoonlijk te maken: ‘hoe uit zich dit voor jou? wanneer ga jij fluitend naar huis? waar zou jij je voor willen inzetten?’
  • Noem het geen onderzoek. Dit begrip roept bepaalde beelden op bij mensen, die wellicht niet positief werken in het betrekken en enthousiasmeren van medewerkers. Realiseer je hoe belangrijk taal kan zijn.
  • Zorg dat de inhoud van het onderzoek een verbinding heeft met een ‘hoger doel’. Iets wat van belang is voor de organisatie. Daar willen medewerkers zich vaak graag aan committeren en aan bijdragen. In het voorbeeld van het ziekenhuis was de aanleiding voor ‘de onderzoeksaanpak’ de behoefte om van een afdeling een kenniscentrum te maken. Waarbij het gaat om onderlinge interactie, thema’s uitdiepen in verbinding met elkaar. Onderzoek is een prachtige manier om dit te gaan doen. Thema van het onderzoek werd ‘zorg persoonlijk maken’.
  • Kijk of je zo kunt werken dat je op de korte termijn successen kunt laten zien (waardevolle opbrengsten en ideeen uit het onderzoek) en vormen vindt die lang meegaan.
  • Stel je er als onderzoeker op in dat je verrassingen kunt tegenkomen, dat het onderzoek een andere wending kan krijgen dan in eerste instantie gedacht. Geloof in je aanpak en vaar daarop. Geniet er ook van!

Ik werk zelf veel vanuit onderzoeks- of ontwerpprincipes. Die geven mezelf focus bij het bedenken van een aanpak bij een vraag. En ik kan mijn aanpak daarmee ook uitleggen aan anderen. De principes geven de achtergrond weer van bepaalde keuzes die ik maak. Die maken dat ik op een bepaalde manier werk. Wel belangrijk om scherp op te blijven en de kunst om ze op vernieuwende manieren in te zetten!

Wat is Wirearchy?

April 20, 2010

Een interessante website ben ik net op het spoor gekomen. Jon Husband kijkt vanuit organisatiesociologie naar de effecten van het sociale web op onze manier van werken.

In an increasingly interconnected world, a new organizing principle is emerging … Wirearchy is a dynamic two-way flow of power and authority based on knowledge, trust, credibility and a focus on results enabled by interconnected people and technology“ (Jon Husband, 1999).

De traditioneel hierarchische managementbenadering gaat steeds minder effect hebben in de netwerkomgevingen die zo sterk in opkomst zijn. In een netwerkomgeving gaat het veel meer om het gezamenlijk creëren van ideeën en daar een breder platform voor vinden, om zo steeds productiever en effectiever te worden. Vanuit een managementperspectief gaat het dan meer om het werken vanuit principes om gezamenlijke activiteit en samenwerking te stimuleren. Volgens Jon ontstaan er nieuwe dimensies als het gaat om invloed, macht en controle. Wat nu te doen?

Als manager: raak bekend met online werksystemen en hoe de behoefte aan samenwerken de aard van het werk verandert. Leer vooral om een effectieve coach te zijn.

Als medewerker: wees je bewust van de veranderende aard van het werk en ontwikkel manieren om in een netwerkomgeving zichtbaarheid te creëren. Ontdek hoe je in een voortdurend veranderend werklandschap kunt navigeren.

Wil je ook de weblog van Jon Husband volgen, kijk dan hier.

Betrokken medewerkers initiëren eigen leren

April 20, 2010

Zelf vind ik het heerlijk en ook belangrijk om me voortdurend bezig te houden met nieuwe dingen: artikelen lezen, gedachten vormen, nieuwe aanpakken ontwikkelen en uitproberen. Ik probeer in mijn werk de verdeling van 1/3 nieuw, 1/3 routine en 1/3 persoonlijke ontwikkeling vorm te geven.  Wellicht komt hier ook mijn belangstelling voor sociale media naar voren. Het voelt voor mij als een paradijs van mogelijkheden om input te vinden, mensen om mee te sparren, kennis te ontwikkelen.

Het volgende bericht kwam ik tegen in de Daily Telegraph: Engaged employees tend to function at higher levels over time and help boost productivity. One way to encourage employee engagement is to emphasize on-the-job learning and development. Data shows that engaged employees initiate learning themselves rather than wait to have it delivered to them. These individuals seek learning in manageable chunks that is relevant to an existing challenge. Such an approach is less expensive than instructor-led efforts and likely to be more effective because it is self-directed. Some companies are turning to social media tools to help employees create networks that they can leverage at work and beyond.

Wat me aanspreekt is de gedachte dat medewerkers die betrokken zijn bij hun werk, zelf initiatief nemen tot persoonlijke ontwikkeling. Zij voelen een sterk intrinsieke motivatie tot leren. En dit kun je als organisatie faciliteren door het creëren van een krachtige leeromgeving middels o.a. het gebruik van sociale media.

Hier ligt een mooie verbinding met een indeling gemaakt door Harold Jarcher. Hij onderscheidt:

  • Dependent Learning: de lerende heeft stimulans en richting nodig in termen van doelen, curricula, expertise en facilitatie.
  • Independent Learning: de lerende krijgt wat hij nodig heeft op een manier die bij hem past.
  • Interdependent Learning: de lerende heeft verbinding met anderen nodig.

Deze indeling is wellicht niet bedoeld om zo toe te schrijven aan individuele medewerkers, maar voor mij is werkt het om te zien dat er verschillende typen leren (formeel en informeel) nodig zijn in een organisatie om iedereen uit te nodigen en te ondersteunen in persoonlijke ontwikkeling. Hoe sociale media hierin een rol kunnen spelen? Voor ‘dependent learners’ kun je sociale media toevoegen aan een redelijk formeel ingericht leertraject. ‘Independent learners’ vinden hun weg door webtools te gebruiken die hen behulpzaam zijn in het werk. En voor ‘interdependent learners’ zullen sociale media de toegang zijn tot netwerken en communities waar ze collega’s ontmoeten met soortgelijke interesses. Ik schaar mezelf vooralsnog onder de independent en interdependent learners.

Wat is een interessante tweet?

April 9, 2010

Ik ben nu twee weken verder in mijn Twitter-maand en:

  • heel wat Twitter vrienden rijker;
  • afspraak met een andere twitteraar om materialen die we ontwikkelen uit te wisselen;
  • afspraak in Seats2Meet met twitteraar die vergelijkbare interesse heeft in social learning;
  • nieuwe weblogs (en dus bloggers) die echt de moeite waard lijken om te volgen. Dus toegevoegd aan mijn RSS reader;
  • een paar artikelen over sociale media en leren die ik heb uitgeprint om te gaan lezen;
  • actief in een nieuwe twittergroep van de NVO2: @joitske/nvo2

Maar ook veel nieuwe vragen hoor. Vanuit een lezers-perspectief vraag ik me af wanneer ik mijn Twitter juist aan of uit zet. Ik merk dat ik me makkelijk laat verleiden om even op een link in een tweet te klikken als ik met andere dingen bezig ben. Dit geeft me het gevoel niet heel productief te werken. Maar dat is wellicht een ouderwetse gedachte? Want productief werken staat dan gelijk met iets afmaken. En klikken op een link is dan afleiding. Een treinreis vind ik uitstekend lenen voor even twitteren trouwens.

Er komen ontzettend veel tweets binnen op een dag. Natuurlijk hangt dat af van het aantal followers. Ik volg nu 177 twitteraars. En die groep kies ik bewust. Maar het komt er op aan snel te kunnen scannen op interessante tweets. Ik kan niet alles lezen wat voorbij komt. Waar let ik dan eigenlijk op? Een tweet met een foto van iemand die ik al persoonlijk ken trekt mijn aandacht. Ook een tweet van iemand met wie ik eerder al even persoonlijk heb ‘getweet’ bekijk ik sneller. De rol van een sociaal netwerk speelt hierin dus sterk! En tweets met een sterke one-liner….

Maar wat maakt een tweet interessant? Dat zal voor iedereen verschillend zijn. Ik zie in ieder geval verschillende typen tweets langskomen:

  • een bericht met een foto
  • een bericht met een sterke one-liner
  • een bericht met een link naar een filmpje, artikel of weblog
  • een bericht met een inhoudelijke boodschap of stelling
  • een bericht met een vraag
  • een bericht als vervolg op een ‘gesprek’ over een specifiek onderwerp
  • een bericht met de mededeling van iemand waar hij of zij naar toe reist, welk gesprek er aan zit te komen, hoe een gesprek was, waar hij of zij nu werkt
  • en ja, berichten die een sterk persoonlijk karakter hebben. Maar die vind ik prima, zolang het inhoudelijk karakter de bovenhand heeft.

Er zijn vast meer mogelijkheden. Ik vind het al prettig dit op een rijtje te hebben. Daarmee kan ik me de komende tijd eens richten op de vraag hoe ik tweets schrijf die voor anderen interessant zijn! Tweets die werken…

Serendipiteit met Twitter

April 4, 2010

Ik ben nu een paar dagen actief op Twitter. Het lijkt wel een nieuwe wereld waar ik in stap. Ik heb er net 15 minuten aan besteed, door de tweets te lezen van de afgelopen tijd. Zo nu en dan klik ik op een link die me interessant lijkt. Een paar keer vond ik dat ook daadwerkelijk. Ik klik door, kom bij een weblog die me aanspreekt. Lees wat berichtjes, voeg de weblog toe aan mijn RSS reader en besluit de eigenaar ervan te volgen op Twitter. Klik op een link in een blogpost, kom opnieuw op een interessante site. En zo klik ik er lekker op los. Tot ik uiteindelijk niet meer weet hoe ik er eigenlijk kwam. Ik lees en leer in ieder geval heel wat nieuws.

Een mooie schets van wat Twitter me tot nu toe oplevert: nieuwe inzichten, artikelen, weblogs en links naar mensen met soortgelijke interesses. Serendipiteit zou je deze vorm van ‘klikken’ ook kunnen noemen: je vindt iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders.

Over het algemeen vinden we dit browsen en klikken geen acceptabele leerstrategie. Veel mensen vinden surfen en ongericht zoeken verspilling van tijd. En het is zeker zo dat de kans dat dit surfen je niets oplevert groot is. Maar ik geloof er toch in dat dit serendipiteits-surfen de potentie heeft om verbindingen tussen ideeën te leggen die anders ongezien blijven, het stimuleert out-of-the-box denken en het daagt ons denken uit tot het zien van nieuwe inzichten en perspectieven. Dus mijn advies… gun jezelf af en toe een moment lekker klikken! Ook op het werk. En laat je verrassen.

Een aanrader: volg op Twitter de tweets met #durftevragen eens. Erg leuk.


Enthousiast in 1 dag?

April 3, 2010

Door web 2.0 kunnen we samenwerken in een wiki, kennis delen via een blog en met elkaar praten via een chat. En zo biedt het web 2.0 landschap nog veel meer mogelijkheden. Ik ben er erg enthousiast over! Afgelopen donderdag heb ik samen met Joitske Hulsebosch een workshop ‘webwerken‘ verzorgd bij de Rabobank en terugkijkend op deze middag vraag ik me af hoe ik ook anderen de vele mogelijkheden van sociale media voor leren kan laten zien.

  • “Ik heb wel een LinkedIn profiel, maar wat nu?”
  • “Ik ken Twitter wel van Femke Halsema, maar geloof niet dat het iets voor mij is. Ik heb al genoeg aan mijn e-mail.”
  • “Mijn zoon zit altijd op Hyves of is aan het chatten met zijn vrienden. Maar wat hij precies doet, geen idee.”

Met dit soort uitspraken begint een workshop ‘webwerken’ vaak. Het merendeel kent wel een paar sociale media tools, maar weet niet goed wat je er aan kunt hebben. Hier ligt dus een schone taak voor ons om deelnemers er meer kennis mee te laten maken. En liefst nog iets meer: ze enthousiast maken om er na de workshop mee te gaan experimenteren in hun eigen werkpraktijk.

De workshop is zo opgebouwd dat we mensen eerst meenemen op een wandeling door het web 2.0 landschap, om ze vervolgens te laten werken met een aantal webtools: RSS reader, social bookmarking, micro-blogging, wiki, social network en weblog. Met deze korte experimenteer-ervaring maken we dan de stap naar de eigen praktijk: waar zou een webtoepassing van waarde kunnen zijn? waar zou je de komende tijd verder mee willen experimenteren? welke ideeën komen er bij je op? Dit levert vaak aardige plannen op: een Delicious bibliotheek met de afdeling, een NING omgeving voor een projectteam, een paar mensen die een RSS reader als Netvibes gaan gebruiken, een wiki voor vragen en antwoorden over het interne HRM beleid. Wat we belangrijk vinden om over te brengen is dat web 2.0 vooral gaat over een cultuurverandering. Het is geen trucje dat je kunt leren, je moet leren begrijpen wat het betekent voor je werk en manier van werken. Pas als je het je eigen maakt kun je als team of organisatie goed aansluiten bij web 2.0. Er is dus aandacht voor concrete instrumenten, maar zeker ook voor cultuuraspecten en de vertaling naar het eigen werk.

Enthousiasme creëren voor de instrumenten lukt over het algemeen wel. Soms krijgen we reacties als: “leuk, maar het is toch niets voor mij” of “pfff, ik heb het gevoel er alleen nog maar meer bij te krijgen. ik heb al zoveel!”. En dat snap ik ook wel. Ik herken het uit mijn begintijd met sociale media. Je hebt vaak al een hele klus aan je e-mail. En met die nieuwe media zou je ook nog Twitter berichtjes moeten bijhouden, blogposts van allerlei weblogs moeten lezen, stukjes schrijven voor je eigen weblog en bijdragen aan de online communities waar je lid van bent geworden. Tjonge!! Ik werd pas echt enthousiast toen ik merkte wat het werken met sociale media me opleverde: nieuwe contacten, inspiratie door het kunnen volgen van andere weblogs, gemak van online samenwerken en expliciete reflectiemomenten door een weblog bij te houden. Maar ik heb wel echt een paar maanden moeten volhouden! Hoe kan ik deelnemers aan onze webwerken-workshop zover krijgen ook die paar maanden te nemen?

Hoeveel whuffie heb jij?

April 2, 2010

Dwaal jij wel eens rond in het web2.0 landschap? En vraag je je dan af wat je ermee kunt? Ik vind het boeiend om te kijken hoe sociale media ondersteunend kan zijn in leerprocessen. Met Delicious een gezamenlijke online bibliotheek aanleggen. Met een wiki samenwerken aan een product. Met een Ning-omgeving een online werkplatform creëren. En met Twitter je netwerk ook online vormgeven. Opbouwen van je sociaal kapitaal. Tara Hunt schrijft hier op een heel creatieve, vlotte manier over in haar boek ‘De whuffie factor‘. Zij gebruikt het begrip ‘whuffie’ om je sociaal kapitaal aan te duiden. En whuffie is dan ‘wat je als betaalmiddel overhoudt aan je reputatie. Je kunt het verliezen of verdienen door je positieve of negatieve acties, door je bijdragen aan (online) gemeenschappen en door wat mensen van je denken. Je kunt je whuffie afmeten aan je interactie met gemeenschappen en individuen.

Ik vind het een erg aansprekend concept, wat voor mij duidelijk maakt waar het voor een groot deel om gaat bij het gebruik van sociale media. Het gaat verder dan netwerken. Het gaat over wederzijdse aantrekkelijkheid, over vertrouwen, authenticiteit, impact hebben en goed doen. En hoe kan je aan whuffie komen? Tara noemt vijf stappen:

1. Draai de megafoon eens om: stop met praten en ga eens luisteren.

2. Word onderdeel van de gemeenschap die je bedient.

3. Zorg dat je opvalt en creëer fantastische ervaringen voor anderen.

4. Laat de chaos toe. Plan niet te veel. Zorg dat je de alledaagse magie erkent.

5. Sociaal kapitaal stijgt alleen in waarde wanneer je het weggeeft. Zoek uit hoe je aan de gemeenschap kunt teruggeven en doe dat dan… en vaak.

Ben jij benieuwd naar jouw whuffie factor? Kijk dan eens bij De Whuffie Bank.