Leuk verslag van workshop in O&O!

November 12, 2008

In september heb ik samen met Joitske Hulsebosch, Elmine Wijnia en Simon Koolwijk een workshop gefaciliteerd over het gebruik van webtools in online leerprocessen. Het ging uit van de NVO2, een netwerk van trainers en adviseurs die zich bezig houden met leren in organisaties. Best spannend want het was voor ons de eerste keer dat we gezamenlijk deze workshop hebben verzorgd. En dan is het toch even afwachten hoe de samenwerking gaat, of we een goed ontwerp hebben gemaakt dat aansluit bij wensen van deelnemers en hoe het ons lukt om er een inspirerende en actieve dag van te maken.

Maar… we waren zelf al wel tevreden. Ik had er ontzettend veel energie van gekregen, wat een goed teken is! En Frank Hulsbos, werkzaam bij Kessels & Smit, heeft er een verslag over geschreven dat net in het november-nummer van het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling is verschenen. Hier vind je het verslag: share-your-shit.

Meer leren over webtools?

November 10, 2008

Je hebt vast al eens gehoord van Hyves, Flickr of YouTube. Dit zijn bekende web2.0 tools. En daar zijn er nog veel meer van. Tools die beschikbaar zijn op het internet en als doel hebben om onderlinge samenwerking en interactie tussen mensen te bevorderen.

Samen met Joitske Hulsebosch, Elmine Wijnia en Simon Koolwijk organiseren we een workshop waarin je kennis kan maken met een aantal webtools als Ning, Delicious, WikiSpaces en RSS.

De eerste workshop is op dinsdag 10 februari in Utrecht. Er zijn nog een paar plaatsen over!

Waarop intervenieer je? En hoe dan?

November 10, 2008

Het faciliteren van een groepsgesprek. Het klinkt makkelijker dan het vaak is. Waar let je dan op? En wanneer doe je iets? Wat dan? Hoe? Afgelopen week heb ik samen met Maaike Smit (werkzaam bij Kessels & Smit) een ochtend gewerkt met learning facilitators van ICCO. Zij hebben onder meer als rol om groepsgesprekken te faciliteren. En wel zo dat het gaat om uitwisseling van ervaring, dat er iets gebeurt dat anders is dan een vergadering, dat mensen echt met elkaar in dialoog gaan.

We hebben eerst eens situaties verzameld die je als facilitator tegen komt en waarbij je denkt ‘eigenlijk zou ik nu misschien iets moeten doen’. Hierboven vind je ze op een rijtje. En wat kun je dan doen? Stel je hebt een deelnemer die een duidelijk stokpaardje heeft en daar regelmatig over begint. Zijn of haar verhaal is erg lang en je hebt het gevoel dat dit niet bijdraagt aan het groepsproces. Je merkt aan jezelf dat je niet meer helemaal luistert. Je bent vooral aan het bedenken wanneer je er tussen kan komen. En waarschijnlijk zonder ‘onbeleefd’ te zijn en de ander te rigoreus te onderbreken.

Wat mij vaak helpt in zo’n situatie is de gedachte dat je vast niet de enige bent die afhaakt, zich ergert of onrustig wordt om dat je graag door wilt op de kern van het gesprek. Als facilitator heb je dan juist de rol om een interventie te doen. Om te onderbreken. Dat kan bijvoorbeeld door een korte samenvatting te geven en de discussie te ‘parkeren’ (soms letterlijk op een parkeerflap). Mocht het al de vierde keer zijn dat dit gebeurt dat zou je er ook voor kunnen kiezen expliciet te benoemen wat je opvalt.

Naar aanleiding van deze bijeenkomst hebben we een ‘tool’ ontwikkeld met ontwerpvragen die je kunt gebruiken bij het voorbereiden van een actieve werkbijeenkomst. En een overzicht van mogelijke interventies die je als facilitator kunt doen. Deze tool vind je hier: ontwerpen-en-intervenieren

Succes van een netwerk: eagerness & willingness

November 5, 2008

Een thema wat me veel bezig houdt is hoe netwerken of communities werken. Wat maakt iets een succesvolle community? En is een community dan succesvol wanneer er voor deelnemers waardevolle leerervaringen zijn in de ontmoetingen? Wanneer mensen beter in staat zijn te reflecteren op de ervaringen die ze in de praktijk opdoen? Of wanneer het (zichtbare) resultaten oplevert in de dagelijkse werkpraktijk, bijvoorbeeld doordat er een nieuwe tool is ontwikkeld?

Ik ben lang niet de enige die zich met dit soort vragen bezig houdt! Onlangs kreeg ik een samenvatting van een onderzoek opgestuurd, uitgevoerd door de VU en Viadesk BV. Naar het succes van netwerken. Een paar elementen die daar uit komen:

  • Praktisch relevant. Hoe dichter het onderwerp van het netwerk ligt bij de dagelijkse praktijk van de leden, hoe waardevoller het netwerk voor hen is;
  • Structureel kapitaal. De mate waarin leden zich met elkaar verbonden voelen heeft een positieve invloed op de mate waarin kennis wordt gedeeld.
  • Interactieve communicatiemiddelen. Interessant wat ze hierover zeggen! Met name de interactieve vormen van ICT-gebruik blijkt een positieve invloed te hebben op kennisdelen. Geinterviewden geven aan dat het achterblijven van dit type middelen komt door onbekendheid. En onbekend maakt onbemind: sommigen zien de voordelen er ook niet van. Het persoonlijke aspect blijkt men cruciaal te vinden. Ik kan me deze reactie helemaal voorstellen. Als je niet weet dat iets er is, dan kan je er ook geen gebruik van maken. En nieuwe tools vragen over het algemeen een periode van experimenteren. Dan helpt het als er iemand in het team is die er enthousiast over is en wel eens wat wil uitproberen.
  • Willingness en eagerness. Dit is wel een nieuw element voor mij. Een willingness to share gaat uit van een collectieve instelling: men deelt kennis omdat het relevant is voor de groep. En er wordt verwacht dat leden reageren op elkaars bijdragen. Een eagerness to share is meer individueel: iemand vindt het onderwerp interessant en deelt hier graag kennis over. Hierbij weegt het minder zwaar of het interessant is voor de andere leden. En uit het onderzoek blijkt dat de laatste houding tot meer kennis delen leidt. Ze zeggen eigenlijk: eagerness is nodig om kennisdelen op gang te brengen, willingness om het in stand te houden. Ook hier blijkt weer uit hoe belangrijk het is om vanuit je passie en persoonlijke ambitie en interesse aan een netwerk mee te doen!
  • Rol netwerkleider. Een punt wat vaak ter discussie staat in netwerken en communities: in welke mate moet je stimuleren, sturen, organiseren, modereren? Is het uberhaupt wel nodig? En zo ja, hoe geef je dan invulling aan die rol? Succesvolle netwerken typeren zich vaak door hun informele karakter: vrijheid voor de leden. Betekent dit dat een netwerk eigenlijk zonder ‘sturing’ zou moeten kunnen werken? Dit blijft voor mij een boeiende vraag, waar ook dit onderzoek eigenlijk geen duidelijke reacties op heeft. Dat is wel jammer!